Informatie en vragen over voeding

Overstappen naar de fles

Borstvoeding is het beste voor een baby. Daarom is het belangrijk dat je baby zo lang mogelijk de borst krijgt. Wil je daarna overstappen naar flesvoeding, of naar een combinatie van borst- en flesvoeding dan kan het consultatiebureau je hierover adviseren.

De fles geven

Net als met borstvoeding is het belangrijk om de tijd te nemen voor het geven van een flesje. Ga rustig zitten en neem je kindje op schoot. Laat je kind goed om de speen happen en zorg ervoor dat de speen goed in de mond zit en helemaal gevuld is met melk.

De speen bepaalt voor een groot deel hoe snel je baby de fles leegdrinkt. Ga ervan uit dat je baby ongeveer 20 minuten nodig heeft voor een flesje. Drinkt je kind sneller? Dan is de kans op spugen of darmkrampjes groter. Vooral een kind dat eerst borstvoeding kreeg, zuigt steviger. Je vermindert de drinksnelheid door een speen met een kleinere opening te kiezen.

Hoe vaak en hoeveel?

Hoeveel je baby per dag nodig heeft, hangt af van zijn of haar gewicht en leeftijd. Op het consultatiebureau krijg je hierover advies. Het lijkt alsof je je kindje vaak een fles moet geven. Maar bedenk dat je kind nog geen grote hoeveelheden per keer kan verdragen.

De fles niet leeg

Drinkt je baby de fles niet leeg, ook niet als je de fles na een paar minuten nog een keer aanbiedt? Geen probleem, waarschijnlijk heeft je kindje dan niet zo’n honger. Blijf niet aandringen. Ook als de fles vaker niet leeg gaat, hoeft dit geen probleem te zijn. Kijk naar je kind. Als het lekker groeit, normaal plast en vrolijk en levendig is, hoef je je geen zorgen te maken. Dan krijgt het echt genoeg voeding. Twijfel je toch, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

De fles snel leeg

Drinkt je baby met een noodgang zijn flesje leeg en lijkt hij of zij daarna toch nog ontevreden? En heb je precies gegeven wat er voor de leeftijd van je kindje is aangeraden? Geef dan niet nog wat extra’s. Dikke kans dat het gaatje in de speen te groot is. Je kind heeft wel voldoende voeding binnengekregen, maar de zuigbehoefte is nog niet bevredigd. Neem een speen met een kleiner gaatje.

Flesvoeding onderweg

Wil je je kindje onderweg de fles geven? Neem de hoeveelheid poeder die je nodig hebt mee in een bakje. En bereid het flesje ter plekke met water uit de kraan. Eventueel neem je schoon water mee van thuis. Een flesje onderweg bereiden is beter dan een bereid flesje meenemen dat je niet de hele tijd koud genoeg kunt bewaren. Ook in een koelbox loopt de temperatuur vaak hoger op dan je denkt.

De eerste hapjes

Als je baby 4 maanden oud is, krijgt hij ook belangstelling voor wat jij in je mond stopt. Je baby maakt dan ook steeds meer smakgeluidjes: het wordt tijd voor een eerste hapje.

Tip: laat je baby af en toe met een plastic lepeltje spelen. Zo kan je kindje alvast wennen aan een lepeltje in zijn mond. Blijf er wel bij als je baby met het lepeltje speelt.

Is je kindje al voor de 6 maanden toe aan wat extra’s? Dat kan prima, maar stel het eerste hapje wel uit tot je baby minimaal 4 maanden oud is. Geef hele kleine porties, een paar lepeltjes is al genoeg. Een babymaagje is snel vol en met een uitgebreid hapje heeft je kindje misschien geen zin meer in de borst. Terwijl die voeding écht nodig is!

Tip: Vindt je kindje het hapje niet lekker? Probeer het dan na een paar dagen gewoon nog een keer. Soms moet een kindje vijf tot tien keer iets eten voor het aan de smaak gewend is.

Hoe het eten verandert

Als je baby 6 maanden oud is, heeft hij steeds meer voedingsstoffen nodig. Bovendien moet hij de mond- en kaakspieren leren gebruiken. Zodat hij straks goed leert praten.

Begin met een paar hapjes fijn gepureerde groente of fruit tussen twee voedingen door. Als dat goed gaat, kun je zo’n maaltijdje uitbreiden en een (moeder)melkvoeding laten vervallen. Na een poosje komt een papvoeding in de plaats van een (moeder)melkvoeding.

Zo vervang je langzamerhand alle voedingen. Er is geen vast schema voor welke voeding je als eerste en als laatste vervangt. Kijk wat het beste bij jou en je kindje past. De meeste moeders vinden het prettig om de eerste en de laatste voeding op een dag te gebruiken voor borstvoeding.

Is je kindje 1 jaar? Dan kan het met de pot mee-eten en zit je op een schema van drie maaltijden per dag met maximaal vier keer iets tussendoor. Als je dat fijn vindt, kan daar nog best een borstvoeding bij zitten.

Fles, beker of lepel?

Lekker makkelijk zo’n flesje, zeker als je kindje het zelf kan vasthouden. Heb jij eindelijk je handen vrij! En het ziet er ook leuk als uit zo’n kleintje zelf uit een flesje drinkt. Toch is het beter om het flesje zo snel mogelijk te laten verhuizen naar de keukenkast. Want je kind moet ook leren eten van een lepel en leren drinken uit een echte beker. Het kost even tijd en aandacht. Maar het is goed voor de mondspieren van je kind. En het staat nóg veel leuker en eigenwijzer als je kind zelf van een lepeltje eet of uit een bekertje drinkt.

Papa, mama

Het is echt waar, afhappen van een lepel en drinken uit een beker zijn goed voor de taalontwikkeling van je kind. Het leert zo namelijk andere spieren in mond, tong en kaken gebruiken. En die spieren zijn nodig om klanken te kunnen vormen. Dus ga vanaf 6 maanden snel aan de slag met een lepel en vanaf 8 maanden met een beker.

Tanden

Drinken uit een beker is ook beter voor de tanden. Met een zuigfles of tuitbeker drinkt een kind langzaam en komen de tanden (in aanleg) steeds in contact met een vloeistof. En dat kan veel sneller tot tandbederf leiden.

Borstvoeding is de beste voeding voor je kindje. Bonbébé ondersteunt dit advies. Wil je overstappen naar opvolgmelk? Volg dan het advies van het consultatiebureau of je huisarts. Bonbébé opvolgmelk is er in een aantal varianten, precies afgestemd op de leeftijd en de ontwikkeling van je kindje.

Van 0 tot 6 maanden

Van 6 tot 10 maanden: Bonbébé Standaard 2 Opvolgmelk

Borstvoeding is de beste voeding voor baby’s ook na 6 maanden.
De eerste 6 maanden na de geboorte is Bonbébé Standaard 2 Opvolgmelk niet geschikt als vervanging van borstvoeding.
Bonbébé Standaard 2 Opvolgmelk is een opvolgmelk die je geeft als onderdeel van een gevarieerde voeding. Overleg eerst met het consultatiebureau of je arts, hoeveel voeding jouw kindje nodig heeft als je Bonbébé Standaard 2 Opvolgmelk wilt gaan geven.

Bonbébé Standaard 2 Opvolgmelk met ProVitra. Provitra is een mengsel bestaande uit:
Een mix van de prebiotische vezels GOS en FOS in de verhouding 9:1
Vitamines** A,C en D, welke het immuunsysteem ondersteunen
Het vetzuur DHA**. DHA draagt bij tot de normale ontwikkeling van het gezichtsvermogen van zuigelingen. Het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 100 mg DHA.
** zoals alle opvolgmelk

Percentage van de dagelijkse referentie-inname (per 100ml) voor zuigelingen en peuters:
Vitamine A: 17%
Vitamine C: 24%
Vitamine D: 24%

Vanaf 10 maanden: Bonbébé Standaard 3 Opvolgmelk

Borstvoeding is de beste voeding voor baby’s ook na 10 maanden.
De eerste 6 maanden na de geboorte is Bonbébé Standaard 3 Opvolgmelk niet geschikt als vervanging van borstvoeding.
Bonbébé Standaard 3 Opvolgmelk is een opvolgmelk die je geeft als onderdeel van een gevarieerde voeding. Overleg eerst met het consultatiebureau of je arts, hoeveel voeding jouw kindje nodig heeft als je Bonbébé Standaard 3 Opvolgmelk wilt gaan geven.

Bonbébé Standaard 3 Opvolgmelk met ProVitra. Provitra is een mengsel bestaande uit:
Een mix van de prebiotische vezels GOS en FOs in de verhouding 9:1
Vitamines** A,C en D, welke het immuunsysteem ondersteunen
Het vetzuur DHA**. DHA draagt bij tot de normale ontwikkeling van het gezichtsvermogen van zuigelingen. Het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 100 mg DHA.
** zoals alle opvolgmelk

Percentage van de dagelijkse referentie-inname (per 100ml) voor zuigelingen en peuters:
Vitamine A: 17%
Vitamine C: 24%
Vitamine D: 24%

Vanaf 12 maanden: Bonbébé Standaard 4 Dreumesmelk

Bonbébé Standaard 4 Dreumesmelk is afgestemd op de voedingsbehoefte van kinderen vanaf 1 jaar en geschikt als onderdeel van een gevarieerde voeding in deze fase.

Deze opvolgmelk met ProVitra+ bevat een unieke mix van de prebiotische vezels GOS en FOS in de verhouding 9:1 en de vitamines A, C en D die het immuunsysteem ondersteunen. Ook bevat het DHA, een vetzuur dat bijdraagt aan de normale ontwikkeling van het gezichtsvermogen van zuigelingen en jonge kinderen.

Percentage van de dagelijkse referentie-inname (per 100 ml) voor zuigelingen en peuters:
Vitamine A: 16%
Vitamine C: 29%
Vitamine D: 24%
IJzer: 15%

Bonbébé Standaard 4 Dreumesmelk is geschikt voor de bereiding van de Bonbébé Ontbijtpap 8 granen.

Flesje maken

Als je een flesje voor je kindje maakt, is het belangrijk heel schoon te werken. Een baby kan veel sneller dan een volwassene een infectie oplopen. En in klaargemaakte flesvoeding ontwikkelen bacteriën zich heel snel als je niet schoon te werk gaat of de voeding te warm bewaart.

Let ook goed op de dosering. Wijk niet af van de aanwijzingen op de verpakking en gebruik alleen het schepje dat in de verpakking zit. De samenstelling van de flesvoeding is namelijk heel precies afgestemd op een vaste hoeveelheid poeder per flesje. Geen schepje meer of minder dus!

Bereidingsadvies:
1. Was je handen. Maak de fles en de speen goed schoon.
2. Laat de benodigde hoeveelheid water koken en tot ca 47 °C afkoelen. Doe de voorgeschreven hoeveelheid in de fles.
3. Haal het doseerlepeltje door de poeder en strijk het af met de achterkant van een schoon mes. Voeg het aantal benodigde schepjes toe aan het water in de fles.
4. Draai de dop op de fles en schud rustig tot het poeder is opgelost.
5. Controleer de temperatuur van de voeding op de binnenkant van je pols.
6. Zorg na gebruik dat het doseerlepeltje droog is en bewaar de aangebroken verpakking koel en droog in een afgesloten kunststof doos.

In het buitenland is het verstandig om geen kraanwater, maar gekookt water of mineraalwater uit een fles te gebruiken.

Tip: Maak de voeding per fles klaar. Maak je twee flessen tegelijk klaar? Bewaar de klaargemaakte voeding dan in de koelkast, maar niet langer dan 8 uur.

Vanaf 1 jaar wordt vast voedsel echt belangrijk. Je kindje is nu baby-af, het is een echte peuter. Bijten en kauwen gaan steeds beter. En de darmen kunnen het vaste voedsel steeds beter verteren. Je kindje gaat ook al oefenen met “selluf” eten: stukjes brood van het bordje pakken en misschien zelfs al met een lepeltje eten. Het is een beetje knoeien in het begin, maar al doende leert men en je kind dus ook.

Met de pot mee

Vanaf 1 jaar kan je kindje alles mee-eten. Natuurlijk moet je het eten soms wat fijner snijden of wat beter prakken. Ook als je kind een peuter is, kun je beter niet te veel zout gebruiken. (Voor jezelf is minder zout ook goed.) Gebruik je scherpe kruiden? Wees daar in het begin voorzichtig mee, en laat je kind daar stap voor stap aan wennen.

Wat heeft je kind nu nodig?

Je kind kan heel goed aangeven hoeveel het wil eten. Dat merk je snel genoeg. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen kinderen. En soms kan je kind een periode veel eten en daarna weer een tijd veel minder. Dat is prima en is ook niets om je zorgen over te maken, zolang je kind maar goed blijft groeien. Groeien gaat niet meer zo hard als in het eerste jaar. Het Voedingscentrum geeft algemene richtlijnen voor de basis van een gezonde voeding.

Dit zijn de aanbevolen hoeveelheden per dag voor kinderen van 1 tot en met 3 jaar:
- Fruit: 1,5 stuks (of 150 gram)
- Groente: 1-2 opscheplepels (50-100 gram)
- Aardappelen, pasta, rijst, peulvruchten: 1-2 opscheplepels (50-100 gram)
- Brood: 2-3 sneetjes (70-105 gram)
- Kaas: 0,5 plak (10 gram)
- Melk en melkproducten: 2-3 bekertjes (300 milliliter)
- Vlees, vleeswaren, kip, vis, ei, vleesvervangers: 60 gram
- Bak-, braad- en frituurproducten, olie: 1 eetlepel (15 gram)
- Halvarine (smeerboter): 5 gram per sneetje brood (10-15 gram)
- Drinken: 750 ml (inclusief melk)

Extra vitamine D

Voor de opbouw van botten en tanden heeft je kind tot 4 jaar elke dag nog extra vitamine D-druppels of -tabletjes nodig (10 microgram).

Gezonde eetgewoontes

Met goede eetgewoontes leg je de basis voor de gezondheid van je kind. Maar je dreumes ontdekt langzamerhand ook zijn of haar eigen wil en gaat daarmee experimenteren. Dat maakt het voor jou niet altijd even makkelijk. Misschien heb je iets aan onze tips:

Aan tafel:

Wil je kind een bepaald voedingsmiddel of gerecht niet eten? Dring het niet op en haal het bordje eventueel weg. Maar schrap het niet helemaal van je menu. Bied het na een tijdje nog een keer aan. Grote kans dat je dreumes het op een gegeven moment wel wil eten. Over het algemeen moet een kind vijf tot tien keer iets proeven om te wennen aan een nieuwe smaak.

Zien eten doet eten. Laat je kind gezellig met je mee-eten aan tafel en geef zelf het goede voorbeeld door met veel smaak te eten.

Eet gezellig samen aan een gedekte tafel op vaste tijden. Dit geeft duidelijkheid en rust en het stimuleert om te eten.

Schep met mate op, dan heb je de meeste kans dat het bordje leegkomt. Later een extra schepje geven kan altijd nog.

Beloon niet voor een leeg bord en straf niet voor een vol bord. Voor je het weet wordt eten een machtsmiddel. Het bord hoeft ook niet leeg, je kindje kan prima zelf bepalen wat en hoeveel het nodig heeft. Vertrouw daarop.

Ga niet te laat aan tafel: je kind kan dan gewoon te moe zijn om te eten.

Gezonde voeding algemeen:

Start de dag met een gezond ontbijt.

Geef je kind een uur voordat jullie gaan eten geen energierijke drankjes of snacks meer. Anders heeft het echt geen honger.

Je kindje heeft niet meer zoveel melk nodig als in het eerste jaar. Het heeft genoeg aan zo’n 300 ml en daaronder vallen ook producten als vla, yoghurt en yoghurtdranken. Bij meer melk is de kans groot dat de voeding uit balans raakt. De voeding bevat dan veel meer eiwit en kalk dan nodig.

Na het eerste jaar heeft je kind minder vet nodig. Kies net als voor jezelf voor onverzadigde vetten. Gebruik voor het bereiden van de warme maaltijd een vloeibare margarine of olie en kies voor halfvolle of magere melkproducten (ook kaas), mager vlees en magere vleeswaren.

Geef je kind voldoende voedingsvezels. Dit is belangrijk voor een goede darmwerking.

Geef je kind voldoende ijzerrijke producten. Kleine kinderen lopen het risico te weinig ijzer binnen te krijgen en dat kan leiden tot bloedarmoede. In producten als vlees(waren), volkoren- en bruinbrood, graanproducten, aardappels, groenten en appelstroop zit veel ijzer. Er is verschil tussen ijzer uit dierlijke producten en ijzer uit plantaardige producten. Ons lichaam neemt ijzer uit plantaardige producten makkelijker op als je er vitamine C bij gebruikt. Geef je kind daarom bij elke maaltijd iets van fruit, citrussap of groenten. IJzer uit dierlijke producten wordt sowieso makkelijk opgenomen.

Het belang van variatie

De beste manier om ervoor te zorgen dat je dreumes alle voedingsstoffen binnenkrijgt is variatie. Er is namelijk geen enkel voedingsmiddel dat alle voedingsstoffen bevat. Het ene product is rijk aan vitamine C en voedingsvezel (fruit) en het andere is rijk aan eiwit en ijzer (vlees). Variatie zorgt er ook voor dat je kind diverse smaken, kleuren en structuren leert kennen. En zo op den duur veel verschillende dingen lust en een makkelijke eter wordt.

Variatie in de praktijk:

Niet elke maaltijd vlees of gevogelte, maar minimaal 1x per week vis en ook eens een maaltijd zonder vlees.

Varieer zo veel mogelijk in groentesoorten en geef de ene keer groenten uit de wok, dan weer rauwkost en dan weer eens gekookt.

Geef afwisselend aardappels, rijst of pasta.

Geef elke keer een ander soort fruit.

Geef verschillende soorten broodbeleg.

Varieer ook in tussendoortjes.

Tussendoortjes

Je kind heeft vast al een tandje en er komen er steeds meer bij. Om die tanden gezond te houden is het belangrijk om ze vanaf het begin goed te poetsen. Zorg er ook voor dat je kind maximaal zeven keer per dag iets eet of drinkt. Dat betekent maximaal vier keer per dag een tussendoortje. Want elke keer dat je kind iets eet of drinkt, zetten bacteriën de suikers uit de voeding om in zuur. Dit zuur tast de tanden en kiezen aan. Dat gebeurt ook als je alleen maar melk of fruit geeft.

Het is natuurlijk niet alleen goed voor de tanden om niet te veel tussendoor te eten of te drinken. Ook voor het gewicht is dat beter. Steeds meer kinderen in Nederland zijn te dik. Probeer je kind op gewicht te houden. Dat kan door het aantal tussendoortjes te beperken tot maximaal vier keer per dag. Dat geldt ook voor dranken. Leer je kind dat water of thee (zonder suiker) ook goede dorstlessers zijn. En laat je dreumes zoveel mogelijk buitenspelen en bewegen.

Gezonde tussendoortjes

- stukje fruit
- gedroogd fruit, zoals rozijntjes en abrikoosjes
- groente (snoeptomaatjes, stukje komkommer, wat worteltjes)
- soepstengel
- rijstwafel
- ontbijtkoek
- droge crackertjes
- volkoren biscuitjes
- ongezoet (verdund) vruchtensap
- water
- thee (zonder suiker)
- halfvolle of magere melk(producten)

Het belang van bewegen

Steeds meer kinderen in Nederland zijn te dik, ook jonge kinderen. Probeer te voorkomen dat jouw kind te zwaar wordt. Een gezonde leefstijl is daarvoor de basis. Dit betekent een gezonde voeding én voldoende bewegen.

Voor kinderen is beweging extra belangrijk, want zo leren ze hun lichaam gebruiken. Laat je kindje zich lekker uitleven: hollen, klimmen, klauteren, dansen ... Ga samen veel naar buiten, laat je dreumes lekker spelen in een speeltuin, speel verstoppertje of speel met de bal.

Lees meer over gezond eten en bewegen met kinderen op de site van het Voedingscentrum.

Meer informatie? Neem dan contact op met Bonbébé via 0800 - 266 23 23 (gratis). We staan 7 dagen per week, 24 uur per dag voor je klaar.